Tweede gedeelte van het Claercamppad (Camino der Lage Landen 2018) 6 juni 2018.

 

Op de foto klikken om het hele album te bekijken.

 

Omdat het wandelen zo goed is gegaan gisteren en Piet Paulusma pas voor donderdag erg warm weer voorspelde (wat achteraf ook al voor woensdag bleek uit te komen), had ik me ’s avonds al voorgenomen de volgende dag de rest van de eerste etappe te lopen. ’s Morgens wel erg moe, maar……gaan met die banaan!

We rijden weer naar de plek, waar ik de dag ervoor ben gestopt. Het is onderweg al 20 graden!! Dat belooft nog wat! Na een uur zijn we er en ga ik starten. Het eerste stuk pal langs de weg naar Dokkumer Nieuwe Zijlen. De zon brandt al behoorlijk en het wordt steeds warmer. Tóch gaat het redelijk. Kom nogal wat fietsers tegen, waarvan sommige met een flinke bepakking voor en achter op de fiets. Kampeerders dus. Ik loop rustig door. Een aan de kant staande picknicktafel met banken houd ik maar voor gezien. Pal in de zon, dus niet de plek om even af te koelen.

Uiteindelijk bereik ik de afslag en loop de Slinkweg op. Het eerste stuk nog een tamelijk breed weggetje tot aan het centrum voor groepsaccomodatie en outdooractiviteiten “Natuurlijk Kollumeroog”. Hier is ook een restaurant, maar ik loop door en ga vanaf hier het fietspad op met de naam Slenkpad. Hier loopt het heerlijk. Vrij veel schaduw van bomen, uitzicht op het water van het Dokkumerdiep, waar af en toe een boot langs komt op weg naar het Lauwersmeer. In de bermen veel bloemen. En een concert van vogels begeleidt me op m’n weg. Kan niet mooier!

Tot m’n grote verbazing zie ik in de verte al veel masten en vang al een glimp op van de brug. Hoe is het mogelijk, dat ik hier al ben. Wel moet ik zeggen, dat ik behoorlijk last heb van de warmte. De temperatuur stijgt nog steeds en ik zal dan ook blij zijn als ik er ben. Na nog een stuk langs de weg, die schuin omhoog loopt en pal in de zon, kom ik aan bij de sluis van Dokkumer Nieuwe Zijlen. Heb Iebele al gebeld, maar die is er nog niet. Trouwens, herberg “De Pater” is nog niet open dus ga ik maar wat foto’s maken. Er is een nieuwe sluis, maar het oude sluiscomplex met drie sluiskolken is prachtig. De oude zeesluis deed tot 1969 dienst als schutsluis naar de Waddenzee. Een boer is met z’n tractor de vrij hoge, steile helling naar het water aan het maaien. Best wel link als ik dat zo bekijk. De brug bij de nieuwe sluis gaat regelmatig open.

Dan komt Iebele aanrijden en is inmiddels het restaurant open. We kiezen een plekje in de schaduw en genieten van een heerlijk kopje koffie. Binnen zijn in het ene gedeelte de tafels gedekt met fraai wit tafellinnen. Ziet er zó mooi en gezellig uit. Tóch maar eens een keer daar een hapje gaan eten! Hier krijg ik m’n tweede stempel in de pelgrimspas en zit in feite de eerste etappe erop. Maar ik vraag nog even hoe veel kilometer het is naar Engwierum. Niet zo ver, anderhalve kilometer. Ik ben weer zo ver hersteld, dat ik beslis om dat stukje er nog bij te doen.

De route is het fietspad langs het Dokkumer Grootdiep en komt uit bij de brug van Engwierum, waar Iebele zo naar toe kan rijden. Hij hoeft niet lang te wachten. Bovendien kan hij me al van verre zien aankomen. Het laatste stukje loop ik snel, want er ligt een oud vissersschip, waarvan de motor draait. Ik wil ‘m graag fotograferen, dus even spurten. Als ik er dichtbij ben, zie ik dat hij gaat afmeren. Helemaal mooi! De netten hangen wijduit te drogen. Een prachtig gezicht! Dit zie je niet vaak op zo’n plek. Meestal in havens.

Dan stap ik in de auto en doorkruisen we het dorp op zoek naar een kroeg of winkel voor een stempel. Niet dus. Maar….we zien wél een mooie, oude kerk. Auto uit en erheen. Op een bordje staat: sleutel voor bezichtiging op nr. 2. pal tegenover de kerk. Achter het raam zit een man, die als hij mij ontdekt naar de deur komt. Hij verwacht bezoek om 1 uur, maar wil wel even met ons meegaan. Echt geweldig. De ingang is al heel bijzonder, maar als we de kerk betreden weten we niet wat we zien. Zó mooi!! De kleuren heel bijzonder en strak in de verf. Een prachtige preekstoel uit 1746, gemaakt door Jurjen Stel en een door de Leeuwarder firma van Dam in 1820 gemaakt  orgel. Er zijn twee gebrandschilderde ramen, gemaakt door Ype en Jurjen Staak uit Sneek in 1746. Met daarin wapens van de provincie Friesland en de Friese stadhouder Willen IV van Oranje-Nassau. Deze kerk is in 1746 gebouwd door Lieuwe Jelle op de plek waar al een kerk stond, die in 1726 is afgebroken. De kerk is tegen de Middeleeuwse toren uit de 13e eeuw, die was blijven staan, aangebouwd.

Wij krijgen de tijd om alles rustig te bekijken. Af en toe gaat meneer Loonstra even buiten kijken of z’n bezoek er al is. Als we de kerkruimte verlaten, praten we nog een poosje met meneer Loonstra, die hier 20 jaar koster is geweest. En dan vertelt hij, dat hij afgelopen maandag is gedotterd en een stent heeft gekregen. Niet te geloven, dat hij dit voor ons wilde en kon doen. Als ik dat had geweten, was ik niet naar z’n huis gegaan. Maar hij vond het helemaal niet erg. We bedanken hem héél hartelijk voor z’n welwillendheid en wensen hem een voorspoedig verder herstel toe.

Een prachtig slot van deze dag. Ben zó blij deze kerk van binnen te hebben gezien. Echt één van de “Pareltjes op de Friese klei”. Blij, maar ook heel voldaan dat ook deze tweede wandeldag goed is gegaan, rijden we weer terug naar Balk.

  1. Liana

    Geweldig dat het zo goed is gegaan. Bij de volgende etappe kun je de sleutel van de kerk krijgen bij Jaap Broersma. Neem wel de tijd, want die man kan zoveel vertellen, dat je zo 2 uren onder de pannen bent. Ik hoop dat hij de stempel van het Vlasmuseum inmiddels gevonden heeft.

    1. Elly Koopman Bericht auteur

      Dankjewel Liana. Is dat in Ee? Ik houd er rekening mee, maar ik heb de tijd wel omdat ik maar zo weinig kilometers loop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code